Op het kruispunt van twee onderzoeken

In het afgelopen (academie)jaar stak ik een tentoonstelling in elkaar over de zestiende-eeuwse Antwerpse vastgoedondernemer Gilbert van Schoonbeke. Deze expo loopt nog tot 8 september in het Maagdenhuis (wie de expo wil zien, moet zich reppen!).

Hierdoor draaide mijn onderzoek naar de geschiedenis van loterijen jammer genoeg op een wat lagere versnelling. Maar dan kruisten het voorbereidende onderzoek naar van Schoonbeke en dat over loterijen elkaars pad in een Antwerps archiefdocument.

In een schepenakte van 11 mei 1552 dragen “Gillebert van Schoenbeke” en Joos vanden Steene voor henzelf en voor Arnout Pels een lijfrente van 10,25 Carolusgulden over aan de aalmoezeniers van de stad Antwerpen (Felixarchief SR#244, 436r.). Deze aalmoezeniers lagen aan de basis van wat het Maagdenhuis zou worden!

De jaarlijkse rentebetaling van die lijfrente zou de Antwerpse huisarmen ten goede komen dankzij de “goeder gestadiger ghiften ende puerder aelmoessen” van van Schoonbeke, vanden Steene en Pels. Overviel een plotse vlaag van liefdadigheid de niet als gulle gever bekende van Schoonbeke?

img_6404-e1567000566703.jpg
Felixarchief, SR#244, 436r.

De akte zet verderop een en ander in perspectief. Van Schoonbeke et alii hadden deze rente gewonnen in een loterij. Het gaat hier allicht om de loterij die de Antwerpse magistraat opzette om 300,000 gulden te verzamelen waarmee ze de schulden aangegaan voor de nieuwe stadsomwalling wilde afbetalen. Het was nota bene van Schoonbeke zelf die verantwoordelijk was voor de afwerking van deze nieuwe stadsmuur en hieraan goed verdiende. Die stadsomwalling maakte later plaats voor de Leien en ziet nu terug het daglicht dankzij de werken aan de Noorderlijn. In de expo kom je hier veel meer over te weten.

Een lotje in deze loterij kostte 2 gulden, peanuts voor van Schoonbeke en zijn kompanen. Maar vermoedelijk hadden zij reeds caritatieve motieven toen ze het ticketje kochten want als proos lieten ze optekenen: “pour les pouvres”. De vraag blijft wel of één van die armen zijn of haar winnend lot zou weggeschonken hebben zoals van Schoonbeke die er toch warmpjes in zat…

Publiekslezing: Een belasting op idioten? De loterij in de Nederlanden tussen 1440 en 1600 (14 maart, Mechelen)

Op donderdag 14 maart (20u) geef ik een publiekslezing over de Nederlandse geschiedenis van loterijen in Zaal Dodoens van het Museum Hof van Busleyden te Mechelen.

Voor meer informatie en kaarten: https://www.hofvanbusleyden.be/een-belasting-op-idioten

De lezing is onderdeel van de cyclus van Soirée MuzE die dit voorjaar over Klinkende Munt handelt.

Iedereen welkom!

Vastenavond anno 1470

Vandaag vieren we Vastenavond of Vette Dinsdag. Nog even de totale ontlading alvorens de katholieke gelovigen de vasten ingaan … en ingingen.

GG_1016_HP
Pieter Bruegel de Oude, Gevecht tussen Carnaval en Vasten, 1559, Kunsthistorisches Museum Wenen. www.khm.at/de/object/320722549d/

In de jaren 1470’ had men in Brugge goed door dat de festiviteiten van de laatste dag van het Carnaval een belangrijk culminatiepunt vormden. Men moet toen gedacht hebben: waarom maken we niet handig gebruik van de blijdschap, eetzucht en de dronkenschap van de toegelopen Bruggelingen om hen wat penningen lichter te maken ten voordele van de stad?

Bij de stedelijke loterijen ter delging van de stadsschuld van 1470, 1473 en 1475 werden de inschrijvingen voor de loterij afgesloten om middernacht op Vastenavond (“up te vastenavond toten xij hueren in de nacht”). De deadline van de loterij werd kracht bijgezet door het klokgelui van de Halletoren (Belfort). Iedereen die dan pas aankwam op de Burg waar de loterijklerken hun boeken sloten was er helaas aan voor de moeite…

Burgh
Burg te Brugge, stadsplan Marcus Gherards, 1562, Stadsarchief Brugge.

Indien de stadsbesturen van Aalst en andere carnavalssteden morgen, op Aswoensdag, ontwaken met een financiële kater is het misschien een idee om volgend jaar loten te verkopen aan de voil jeanetten en andere carnavalisten?

 

 

Over een misnoegd voormalig stadssecretaris die niet bij de pakken bleef zitten

(na een lange radiostilte waarvoor excuses!)

Op 13 november 1560 maakte Peter Van Wesenbeke een memo op voor de thesauriers en rentmeester van de stad Antwerpen. Peter was van 1532 tot 1547 stadssecretaris van Antwerpen en de vader van Jacob Van Wesenbeke (die eerst stadssecretaris en vervolgens pensionaris van Antwerpen werd; Jacob zou ook een niet onbelangrijke rol spelen in de Opstand). In niet mis te verstane bewoordingen liet Peter weten dat het stilaan tijd werd dat het salaris en de onkosten die hij in dienst van de stad gemaakt had eindelijk betaald zouden worden. Zo had hij in 1557 van het college van schepenen de opdracht gekregen “myn vuyterste debvoir te doene om volck te inducerene inne te willen leggene [in de loterij van de stad]”. Om potentiële lotenkopers te overtuigen had Van Wesenbeke zelf 100 loten gekocht in de hoop dat anderen dan “gewilligher volghen souden”. Die honderd loten, samen goed voor 60 gulden, kregen “riens sans peyne” mee als proze. Van Wesenbeke slaagde er zo in om nog 8505 loten op te halen. Zien kopen, doet kopen?

Maar daarmee was de loterij nog verre van een succes: “het inneleggen nyet soe wel en succedeerde alsmen wel gehoept hadde”. Om de inwoners van de stad Breda aan te zetten loten te kopen in Antwerpse loterij trok Van Wesenbeke naar daar en kocht er zelf 520 loten op het devies “Alleene god almachtich onsen heere sy alle glorie loff danck und eere H L J K per Breda” maar dat overtuigde slechts weinig Bredanaren. Er werden slechts 1055 loten bijgekocht.

Van Wesenbeke hoopte erop dat hij de bedragen die hij ingelegd had zou terugbetaald krijgen want dat, zo beweert hij, “heeft my de audacie gegeven selve soe vele loten inne te leggene ende andere persoonen daer toe te induceren”. Hij voert bovendien aan dat hij ook veel werkuren stopte in de administratie van de loterij en dat hij “meer diensts gedaen dan yemandt vanden collecteurs die groote gaigen gehadt hebben”. Van loon naar werk was in dit geval dus geen sprake volgens Van Wesenbeke.

Aan het einde van zijn memorie kruipt Van Wesenbeke door het stof met een smeekbede gericht aan het Antwerps college:

Item want ick menich jaeren gedient hebbe deser stadt/ ende altyt ende alomme meer gesocht hebbe het voordeel ende welvaert vander stadt dan mijn eyghen proffyt ende ick gesien hebbende den staet vander stadt (wetende dat uwen E[erwaardigheden] nyet wel te passe en quam om my hyer aff met penningen te contenteren) hebbe ick gesupersedeert gehadt noch ter tyt yet te eysschene/ Verbeydende beter oportuniteyt dwelck my dunckt nu te wesene/ Bidde daeromme hyer inne te doene des uwe E[erwaardigheden]  bevinden selen redelyck te syne

Peter Van Wesenbeke, als verantwoordelijke Sinjoor, had gewacht om de stad zijn rekening te presenteren. Antwerpen zat immers in de rode cijfers. Maar toen het de stad financieel weer voor de wind ging, werd het toch tijd om te betalen. Of dat ooit gebeurd is, is onduidelijk.

Het loterijwezen zal zeker besproken zijn geweest in de familiekring de Van Wesenbeke’s want een dikke tien jaar later organiseert Peter junior (zoon van Peter sr. en de iets oudere broer van Jacob) een eigen loterij. Dat weten we omdat Peeter Hanegrefs, een kuiper, op 7 maart 1572 zes loten ter waarde van 18 gulden kocht voor een loterij van Van Wesenbeke. De hoofdprijs was het huis “Den Os”, vlakbij het Antwerpse stadhuis (vandaag Gildekamersstraat 8).

33048
Gildekamersstraat 8, Antwerpen

Peter junior had formuliertjes laten maken waarop de naam van de lotenkoper en het aantal loten dat hij gekocht konden ingevuld worden. Hanegrefs heeft alleszins de hoofdprijs niet gewonnen. Die ging naar Damiaen van Leenhoven en Wolf van Everslage uit Herentals. Hun lot droeg het devies: “het hangt all in godts handt D d L herenthals n° 22252”. Merkwaardig genoeg zagen de twee winnaars af van de ontvangst van huis Den Os. De Herentalsenaren kregen een cash bedrag van Van Wesenbeke in de plaats. Damiaen en Wolf zagen het misschien niet zitten om naar Antwerpen te verkassen…

De lotgevallen (aha, flauwe woordspeling!) van Peter senior én junior tonen dat niet elke loterij meteen een laaiend succes hoefde te zijn en dat ook private personen zoals Peter junior een loterij konden opzetten. Mooi meegenomen is dat de hoofdprijs van Van Wesenbeke’s loterij in 1572 nog altijd te bezichtigen valt!

 

 

Loterijproze van de week # 5 (Gedichtendag)

Vandaag (26 januari) gaat de Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen van start met de jaarlijkse Gedichtendag. In vorige posts bleek al dat ook onze voorouders hun poëtische kwaliteiten graag etaleerden tijdens de loterijtrekkingen in de Nederlanden en dat door middel van loterijversjes.

Dus bij deze, ter gelegenheid van Gedichtendag, het volgende versje:

“Radys en rapen, nonnen ende papen, pepercoeck ende gebranden wyn, wilt altyt by een zyn”

(Bron: Stadsarchief Den Bosch, Loterijregister C. 166, uitgegeven door dr. G.C.M. van Dijck)